Lichamelijke Opvoeding

Lichamelijke Opvoeding wordt gegeven door Emiel PieterseErik Jan Koeman, Marleen Sluijsmans en René Donker.

 
 
 
 

Lichamelijke opvoeding is bewegingsonderwijs. Je leert natuurlijk allerlei sporten te beoefenen en je leert je grenzen van je eigen kunnen te verkennen én te verleggen. Dat doe je in spelactiviteiten, waarin we met allerlei spelsporten aan de slag gaan. Verder werk je aan je turntalent en verken je het atletiekgebied.

 

In het eerste blok  leer je vooral samenspelen. Dat doen we met bekende sporten, zoals voetbal en basketbal. Ook maak je in deze periode kennis met turntoestellen. Je leert (hoog-) springen vanuit minitramp, opgooien tot handstand en nog veel meer sprongen. Het oefenen van basketbal tijdens dit eerste blok wordt afgesloten met een toernooi.

In het tweede blok komen de basistechnieken van volleybal aan bod. En daarbij kunnen de spelregels natuurlijk niet ontbreken. Dit tweede blok wordt daarom ook afgesloten met een volleybaltoernooi waar al deze regels en technieken in de praktijk worden gebracht. Ook doen we aan badminton. Bij atletiek werken we aan verschillende loopvormen en doen we de “SHUTTLE-RUN TEST”. De turnlessen vinden in dit blok vooral op, naast en over de kast plaats… je leert een aantal sprongen die je op verschillende manieren over de kast brengen. De 3e en 4e klassen zullen zelfs aan een salto achterover gaan werken.

 

Daarna komen bij de spellessen voetbal, softbal, rugby en tafeltennis aan de orde. Je werkt aan je techniek bij voetbal; hoe neem je een bal mooi aan en hoe schiet je die weer knalhard in de goal. Bij softbal is het de kunst om in te blijven als je aan slagbeurt bent en juist om uit te maken als je in het veld staat. We zullen beide vaardigheden oefenen. Bij turnen gaat het in dit blok eindelijk gebeuren… je werkt een koprol uiteindelijk uit tot een minisalto en vanaf de 3e klas springen heel veel leerlingen de salto zelfs los! Bovendien maak je de borst-waarts-om aan de rekstok en de oudere leerlingen zelfs in een zwaaiende trapeze.
De atletische activiteiten bestaan in blok 3 uit verspringen, kogelstoten en sprint (startvormen). Een atletiek sportdag in het Olympisch Stadion is de kans bij uitstek om te laten zien wat je geleerd hebt.

 

In de laatste periode gaan we ervan uit dat het weer zó goed is dat we steeds buiten kunnen gymmen. We hebben dan mooi de gelegenheid om de spelregelkennis van softbal en rugby in de praktijk te brengen. Om zo goed mogelijk te spelen zullen we met softbal veel tijd besteden aan het oefenen van het gooien en vangen. En natuurlijk....op het slaan! Met rugby zul je per leerjaar steeds grotere partijtjes gaan spelen. Ook doen we verschillende voetbalspelen, gaan we hockeyen en houden we ons bezig met ultimate frisbee, dé zomersport bij uitstek. Als we in de zaal zijn, gaan we bij turnen ringzwaaien. En bij atletiek is het tijd voor de bekendste energietest van de gymles: de coopertest, bij ons gemeten in een rondje Westerpark!

 

In de 4e klas krijg je ook lessen in de fitnessruimte die bij de gymzaal hoort. Hier leer je welke spieren je kunt trainen en op welke manier je dit het beste kunt doen. Hier krijg je in de 4e klas zelfs een theorietoets over. In de 5e klas werk je zelfstandig aan een ‘bewegingsplan’. Je maakt dan een eigen trainingsschema waarin je kunt laten zien dat je in 8 weken goed vooruit bent gegaan in een sport die je zelf hebt uitgekozen. Vanaf de 6e klas sport je alleen nog maar buiten school. In blokken van 4 weken ga je bijvoorbeeld klimmen, roeien, squashen ofwel kickboksen. Wanneer je alles goed hebben doorlopen denken wij dat je met lichamelijke opvoeding een goede voorbereiding op je verdere sportloopbaan hebt gehad!